Homepage
Camilla Lackberg
Q&A
Boeken
Nieuws
Fjallbacka
  • OVER DE BOEKEN
  • PERSOONLIJK
  • OVER HET SCHRIJVERSCHAP
  • HET SCHRIJVEN
OVER DE BOEKEN

Hoe bedenk je alle nieuwe moordzaken?
Vaak kom ik via een motief op een moordzaak. De motieven vind ik het interessantst, daar begint het vrijwel altijd mee: de gedachte waarom iemand zoiets verschrikkelijks doet als een ander vermoorden.

Hoe kom je op de namen voor je personages?
Namen zijn wat lastig. Je hebt vaak een aantal namen top of mind die de neiging hebben steeds terug te keren. Maar soms kijk ik in het telefoonboek om op een goede naam te komen.

Wat vinden de mensen in Fjällbacka ervan dat je hen van het leven berooft?
Ik moet zeggen dat ze het nogal rustig lijken op te nemen. Ik vond het best spannend wat ze ervan zouden vinden, maar ze zijn uitsluitend positief over de boeken! In 2004 was ik Fjällbacka-inwoner van het jaar en dat vond ik een hele eer! Vaak wordt me gevraagd hoeveel mensen je in zo’n kleine gemeenschap kunt blijven vermoorden zonder dat het ongeloofwaardig wordt. Dan zeg ik meestal: ‘Met duizend inwoners en gemiddeld twee moorden per boek kan ik in elk geval nog vijfhonderd boeken schrijven voordat er geen mensen meer in Fjällbacka wonen.’

Patriks vrouw Erica speelt een grote rol in de boeken. Ze is schrijfster en schrijft truecrimeboeken. Is ze misschien je alter ego?
Ik heb Erica bewust vijf jaar ouder gemaakt zodat we niet te veel op elkaar zouden lijken. Maar ze heeft wel veel van mij heeft weg, dat is duidelijk. We delen heel wat ervaringen, zoals de postnatale depressie.

Heb je toen je IJsprinses schreef het manuscript door iemand laten lezen voordat je het naar uitgevers opstuurde?
Ik ben over de eventuele vernedering heen gestapt en heb ervoor gekozen het manuscript aan vrij veel mensen te geven. Een paar familieleden, enkele goede vrienden wier oordeel ik vertrouwde en Gunilla, de tante van mijn vriendin Bella, die al jaren betrokken is bij de boekenbeurs van Göteborg en veel ervaring met de uitgeversbranche heeft. Zij hebben allemaal commentaar geleverd en daarna heb ik hun opmerkingen grondig bekeken.
Ik heb het manuscript zelf ook zo’n zeven à acht keer gelezen en geredigeerd. Volgens mij is het heel erg belangrijk dat je een goed geredigeerd manuscript inlevert. Wees daar zorgvuldig in als je zelf uitgegeven wilt worden.
Ik kreeg ook mondeling te horen wat ze in het manuscript hadden geschreven. Bijvoorbeeld: ‘Op pagina 78 is het niet duidelijk hoe Patrik opeens snapt waarom…’ – je begrijp wel wat ik bedoel. Tikfouten, grammaticale fouten en dat soort dingen kreeg ik schriftelijk in het manuscript terug. Dus kort samengevat is mijn advies: REDIGEER, REDIGEER, REDIGEER!!!
En als jullie het pijnlijk vinden om je manuscript door iemand anders te laten lezen – bedenk dan dat je wilt dat een heleboel mensen het lezen wanneer het uitgegeven wordt!

Hoe ben je op het idee voor IJsprinses gekomen?
IJsprinses begon eigenlijk met een idee dat al een paar jaar lag te rijpen, al sinds ik op het journaal iets had gezien over de verjaringstermijn van moorden, die vijfentwintig jaar is in Zweden. Ik stelde me zo voor dat het verstrijken van die termijn allerlei processen op gang brengt – zowel bij de familie van het slachtoffer als bij de moordenaar die nog vrij rondloopt. Dat werd toen de basisgedachte voor IJsprinses.
     Tijdens de thrillercursus besloot ik vervolgens om over Fjällbacka te schrijven omdat mijn leraar, Peter Gissy, het advies gaf om over het milieu te schrijven dat ik het beste kende. Ik besloot ook al vrij snel dat het verhaal zich in de winter moest afspelen omdat de meeste Zweden Fjällbacka in de zomer kennen. Het jaargetijde paste ook goed bij de stemming die ik wilde creëren: mensen die zich hebben afgesloten, die zijn verstijfd, zich hebben afgeschermd vanwege iets wat lang geleden is gebeurd. Sindsdien is er altijd een link tussen het jaargetijde en de stemming die ik in het boek wil overbrengen.
     Erica was het eerste personage dat kwam. Ik wist dat ik absoluut niet een politieroman wilde schrijven, maar dat de hoofdpersoon een vrouw en een schrijfster moest zijn. Toen ik echter met het boek was begonnen, kwam ik erachter dat het heel lastig is om moorden door een gewone burger op te laten lossen en voilà, toen verscheen Patrik ten tonele. De andere mensen op het politiebureau heb ik om hem heen gecreëerd. Van de overige personages kwam Alexandra het eerst. Zij is de spil in het boek en de andere personen verspreidden zich als een waaier om haar heen. Als ik eerlijk ben, is het naderhand moeilijk om me te herinneren hoe een bepaalde persoon in de boeken tot stand is gekomen…
     Ik zeg vaak dat Patrik gebaseerd is op mijn ex-man. Dat komt vooral doordat ik wilde dat Erica en Patrik als stel zo gewoon mogelijk waren. Geen superhelden, maar sympathieke mensen met dagelijkse zorgen en lovehandles, die net als iedereen iets van hun leven en hun relaties proberen te maken. Dan ontkom je er niet aan inspiratie uit jezelf te putten.
     Overigens, het enige in de beschrijving in de boeken waar mijn ex het niet mee eens is, is dat ik zijn verschrikkelijke eetgewoonte voor Patrik heb ‘geleend’. Je weet wel: knäckebröd met boter, kaviaarcrème en kaas, dat hij in warme chocolademelk sopt…


PERSOONLIJK
Wanneer besloot je je baan als econoom op te zeggen?
Ik werkte als productchef bij een bedrijf voor telefonie en internet toen ik zwangerschapsverlof had voor mijn oudste kind, Wille. Het manuscript werd in dezelfde week aangenomen dat Wille werd geboren. Toen hij drie maanden was, werden er bij het bedrijf waar ik werkte allerlei mensen ontslagen en ik was daar een van. Dat was voor mij opnieuw een bevestiging dat ik me op het schrijven moest richten. Vrij snel daarna kwam mijn dochter Meja en kreeg ik ouderschapsverlof voor haar. Ondertussen was ik aan één stuk door aan het schrijven. Toen het ouderschapsverlof voor Meja ophield, had ik een basis gecreëerd om als schrijfster in mijn onderhoud te kunnen voorzien.

Wat voor boeken lees je zelf?
Ik ben dol op thrillers. Tachtig procent van wat ik lees zijn thrillers. Mijn favoriete auteurs zijn onder meer Peter Robinson, Reginald Hill, Andrew Taylor, Mari Jungstedt, Håkan Nesser en Åsa Larsson.
     Onder de auteurs die geen thrillers schrijven, vind je bijvoorbeeld Kajsa Ingemarsson, Lina Forss, Siri Hustvedt, Denise Rudberg, Maria Ernestam, Kerstin Ekman, Martina Haag en Marianne Fredriksson. Zoals jullie zien ben ik een soort alleseter als het om boeken gaat!

Zijn er boeken die je hebt geprobeerd te lezen, maar wat je niet is gelukt?
Paardenboeken! Ik heb zowel boeken als tijdschriften over paarden geprobeerd te lezen en daar kreeg ik alleen maar hoofdpijn van… Ik ben zo iemand die vindt dat paarden het beste tot hun recht komen tussen een hamburgerbroodje. Grapje! Dierenvrienden hoeven me geen boze brieven te sturen!

Hoe onthoud je alle goede ideeën?
Ik ben niet zo iemand die briefjes met ideeën bewaart en zo. Als ik een idee krijg en het de dag erop niet meer weet, dan was het niet goed genoeg. Maar als je dingen op wilt schrijven: zorg ervoor dat je een notitieboekje bij je hebt, dan heb je niet allemaal van die losse papiertjes rondslingeren.

Wat was je eerste grote leeservaring?
Alles, alles, alles! Als kind las ik ontzettend veel en ook de meest uiteenlopende dingen. Ik had al jong de Agatha Christie-boeken van mijn vader ontdekt en die heb ik verslonden. De meeste boeken van haar had ik al gelezen toen ik een jaar of 12 was. De boeken over Miss Marple waren favoriet. Ik las ook veel sprookjes. Bij ons thuis waren er ook veel strips. Mijn hele zakgeld ging daar aan op. Onder andere AgentLX9, Korak de zoon van Tarzan, the Phantom. Ik leende ook stripalbums van de bibliotheek als ik het me goed herinner, Prins Valiant is een titel die bovenkomt. Elfquest vond ik ook goed. Ik heb een mooie verzameling die zelfs wat geld waard is. Alleen het eerste nummer ontbreekt en dat is het meeste waard.
     Verder las ik Nancy Drew-boeken en ik had ook een fantasyperiode; toen las ik onder andere Narnia en In de ban van de ring natuurlijk, maar tevens de boeken van Ursula K. Le Guin en toen ik wat ouder was De vallei van de paarden, de boeken van Jackie Collins en Val naar de top en dat soort dingen…
     Sommige jeugdboeken hebben zich ook in mijn herinnering genesteld, onder andere Toch een vader en Niemand anders dan ik. Verder moet ik Stephen King en Dean R. Koontz noemen als je het over leeservaringen tijdens mijn jeugd hebt! O, wat heb ik veel van hen gelezen!

Hoe komt het dat je zoveel weet over hoe de politie werkt?
Het is een voordeel dat ik altijd een grote belangstelling voor politiewerk heb gehad. Ik heb veel fictie en non-fictie over het onderwerp gelezen, dus er was een goede basis.
     Uiteraard ben ik absoluut geen expert als het om de werkelijkheid gaat, maar het hoeft ook niet altijd precies zo te zijn als in het echt. Als je een thriller zou schrijven die honderd procent correct beschrijft hoe een politieonderzoek in zijn werk gaat, zou de lezer waarschijnlijk al na tien pagina’s in slaap vallen…
     Verder ken ik een aantal mensen aan wie ik details kan navragen en de echte agenten van het politiebureau in Tanumshede lezen mijn manuscripten ook altijd als die klaar zijn.


OVER HET SCHRIJVERSCHAP

Hoe wist je naar welke uitgevers je je manuscript moest sturen?
Nadat het manuscript klaar was, kreeg ik hulp van de tante van mijn vriendin Bella, Gunilla. Zij is betrokken bij de organisatie van de boekenbeurs in Göteborg, dus ze kent de uitgeverswereld goed. Ze heeft het manuscript gelezen en stelde drie uitgevers voor: twee kleine en één grote. Dus ik heb drie kopieën van het manuscript gemaakt en ze op een woensdag eind augustus opgestuurd. Ik rekende erop dat het een maand of drie zou duren voor ik antwoord kreeg en ik was erop ingesteld door alle drie te worden afgewezen. Maar op zondag belde Kjell Warne van uitgeverij Warne en zei dat ze het wilden uitgeven en op dinsdag kreeg ik de brief waarin dat werd bevestigd.
     Het bleek dat Kjell en Ann-Marie Warne een zomerhuisje in Fjällbacka hebben, dus toen ze in mijn begeleidend schrijven lazen dat het om een thriller ging die zich daar afspeelde, stortten ze zich meteen op het manuscript.
     Maar mensen moeten niet zo’n snelle reactie verwachten; dat is vrij ongebruikelijk en ik heb enorm geboft!

Hoe ben je echt begonnen met het schrijven?
Omdat ik dacht dat ik geen schrijfster zou kunnen worden, heb ik een opleiding tot econoom gevolgd. Maar ik had het absoluut niet naar mijn zin. Op mijn werk deed ik mijn best, maar op zondagavond had ik vaak pijn in mijn buik als ik aan de week dacht die voor me lag.
     Uiteindelijk ontdekte een vriendin een cursus thrillers schrijven en ze vond dat ik die maar moest volgen omdat ze mijn gezeur over mijn schrijversdromen zat was. Die cursus kreeg ik vervolgens met Kerstmis van mijn man, mijn moeder en mijn broer.
     De cursus was fantastisch! Drie weekenden lang kregen we onder leiding van thrillerauteur Peter Gissy onderricht in de edele kunst van het schrijven. We hebben heel veel over het vak geleerd en daarnaast had ik voor het eerst het gevoel dat het daadwerkelijk mogelijk is om een boek te schrijven – een thriller. Het is geen hocus pocus, maar voor een groot deel gewoon hard werken. Tijdens de cursus ben ik begonnen met IJsprinses.
     Het duurde daarna nog een hele tijd voordat het boek af was. Nadat ik zo’n vijftig à zestig pagina’s had geschreven, raakte ik mijn zelfvertrouwen kwijt en deed een paar maanden niets meer. Toen kwam de zin om te schrijven terug en schreef ik nog zo’n zestig pagina’s. Vervolgens werd ik zwanger van mijn oudste zoon. Ik besefte dat als ik wilde dat het boek af kwam, ik het moest afmaken voor hij werd geboren. Ik heb de hele zomer van 2002 keihard aan het boek gewerkt en in augustus was het klaar.

Wilde je al lang schrijfster worden?
Mijn hele leven! In elk geval zolang ik me kan herinneren. Al toen ik een jaar of vier à vijf was maakte ik verhaaltjes met tekeningen, waar ik boekjes van maakte. Op een bepaald moment heb ik zelfs een mand vol van die boekjes gemaakt, die ik in het bejaardentehuis van Fjällbacka heb uitgedeeld…

Hoe ziet het werk met je boeken in het buitenland eruit?
Met een uitgave in het buitenland heb je als schrijfster niet veel te maken. Ik krijg weleens vragen per e-mail van vertalers. Maar vaak wordt de vertaling gemaakt zonder dat ik er iets mee te maken heb en dat geldt ook voor de cover. Je verkoopt de rechten van een boek aan een ander land en vervolgens komt er een kant-en-klaar boek.

Hoe heb je de tijd gevonden om te schrijven terwijl je kinderen kreeg?
Ja, dat is een goede vraag. Als ik eraan terugdenk, weet ik het niet meer precies. Alles is wat dat betreft een beetje een waas de laatste jaren. De postnatale depressies hebben het er ook niet makkelijker op gemaakt. Soms heb ik huilend zitten schrijven, maar wat ik mezelf steeds heb voorgehouden is dat ik mijn levensdroom aan het verwezenlijken was en dat het dus al het gezwoeg waard was. Daarnaast had ik een fantastische man die me volledig steunde en probeerde me zoveel mogelijk tijd en ruimte te geven om te schrijven.

HET SCHRIJVEN

Hoe gaat het schrijven in zijn werk?
Het begint met een piepklein idee. Bij Oorlogskind was het een grafsteen op het kerkhof van Fjällbacka die ik altijd spannend heb gevonden. Vanuit de gedachte aan die grafsteen groeide vervolgens het idee en ging ik nadenken over slachtoffer, motief en dader – zonder die drie factoren kan ik niet beginnen te schrijven.
     Wat ik heb, verzamel ik in een Worddocument, als een synopsis. In het begin heb ik maar een paar regels met gedachten en ideeën. Daarna gebruik ik de synopsis als een levend document. Ik begin met het boek en naarmate dat vordert, krijg ik meer ideeën over personages en hoe dingen zich moeten ontwikkelen. Zodra ik iets bedenk, maak ik een aantekening in de synopsis. Toen ik ongeveer halverwege Oorlogskind was, had ik een synopsis van vier A4’tjes.
     De eerste vijftig à zeventig pagina’s zijn vervolgens het lastigst. Daarin moet ik het verhaal ‘vinden’ en alle personages neerzetten – in elk geval de meesten, sommigen kunnen later opduiken. Maar de basis moet er zijn. Het krijgt pas vaart als ik zo’n honderd pagina’s heb geschreven. Tot die tijd schrijf ik ongeveer vijf pagina’s per dag. Vervolgens neemt dat geleidelijk aan toe. Als ik zo’n honderdvijftig pagina’s heb geschreven, begin ik zo’n duidelijk beeld van het verhaal te krijgen dat ik het tempo kan opschroeven en gemiddeld tien pagina’s per dag schrijf. Op goede dagen komt het ook weleens voor dat het er meer zijn, soms wel vijftien à twintig. Dat is heerlijk. Dan is het net alsof mijn vingers vanzelf over de toetsen vliegen. Maar dat is niet vaak het geval. De laatste dertig pagina’s van Zusje heb ik echter achter elkaar door geschreven, op één dag. Het was net alsof ik in trance was en aldoor maar bleef schrijven.
     Veel van het verhaal ontstaat terwijl ik schrijf. Ik heb absoluut geen voltooid boek in mijn hoofd als ik begin en ik krab me altijd op het hoofd als ik het eerste teken typ. Dan denk ik bij mezelf: hoe krijg ik met dit ideetje in vredesnaam driehonderd A4’tjes gevuld? Maar op de een of andere manier komt het altijd. Het verhaal en de personages krijgen een eigen leven, en dat is heel gaaf.

Waarom heb je tijdens het schrijven zo’n hoog tempo? Is dat jouw manier van werken of wordt er een massaproductie van je geëist?
De enige eisen die er zijn, stel ik zelf. En ik heb al vroeg besloten dat ik per jaar één boek zou schrijven. Dat vind ik een goede stroom. Ik schrijf ook vrij snel – en ik schrijf het beste als ik snel schrijf. Hoe ziet jouw dag eruit als je schrijft?
Mijn man brengt de kinderen naar de crèche, dus die zijn daar om een uur of acht. Dan gun ik me even een moment van rust. Ik kijk naar het ontbijtprogramma op tv, eet mijn ontbijt en drink een kop koffie. Dat heb ik jaren niet kunnen doen en ik vind dat ik het waard ben!
     Dan schrijf ik tot de lunch. Meestal kijk ik tijdens de lunch naar een aflevering van Dr. Phil, waar ik totaal aan verslaafd ben. Daarna schrijf ik tot een uur of drie tot de kids opgehaald moeten worden.
     Maar het gaat zelden vijf dagen in de week zo, omdat ik vaak ook een of twee dagen weg moet om ergens te signeren of voor een fotosessie of een vergadering of zo.

Hoe gaat het in zijn werk als je je boeken redigeert?
Eerst schrijf ik het hele boek zonder ook maar aan redigeren te denken. Vervolgens print ik het hele document en lees het van begin tot eind door, terwijl ik op de pagina’s aangeef wat gecorrigeerd moet worden: taal, grammatica, herhalingen, dubbele spaties, gekke zinnen, verkeerde namen, enzovoort. Daarnaast gebruik ik een notitieblok om bij te houden wat ik nog moet uitzoeken. Hoe vind je de rust om te schrijven?
Daar heb ik geen supertips voor. Zoals bekend schreef ik het eerste boek toen ik nog een volledige baan als econoom had en het volgende schreef ik toen ik in verwachting was en verlof had. Maar als ik eerlijk ben, weet ik niet goed meer hoe het ging… Ergens in de algemene chaos moet ik de tijd hebben gevonden om te schrijven. Ik was in die periode niet gestructureerd als het om het schrijven ging; ik ging er gewoon op elk mogelijk moment voor zitten. Voor mij had het ook met prioriteiten te maken. Het schrijven kwam voorop en andere dingen liet ik liggen, zoals mijn sociale leven en schoonmaken en zo.
     Je kunt niet blijven wachten tot je de rust hebt om te schrijven, net zo min als je kunt zitten wachten op inspiratie. Het enige dat telt is JE GAT OP JE STOEL! Dat is het enige dat werkt. Er is geen zenboeddhistische rust die je opeens overvalt, waarna de woorden beginnen te stromen… Zo’n soort rust in mijn lichaam heb ik niet gevoeld. Vaak ervaar ik tijdens het schrijven wel stress, angst en een algemene prestatiedrang. En plezier, als het eenmaal stroomt. Maar dat doet het niet altijd. Maar ik moet wel eerlijk zijn: het helpt als je een partner hebt die je steunt. Toen ik IJsprinses schreef, zei mijn toenmalige man: ‘Als jij maar schrijft, dan doe ik de afwas en de was.’ Hij heeft me altijd in het schrijven en in mijn carrière gesteund. Dat is een belangrijke factor!
     Samenvattend: blijf niet eeuwig wachten tot het perfecte moment om te beginnen met schrijven. Dat gebeurt nooit. Dan krijg je nooit iets op papier. Zo is het gewoon. Het enige dat telt is ervoor gaan zitten en het doen. Nu. Niet maandag. Niet als het huis op orde is. Niet als de kinderen groter zijn. Niet als Pasen en Pinksteren op één dag vallen… NU! Heb je rituelen als je aan het werk bent?
Mijn ritueel bestaat er meestal uit dat ik besluiteloos om mijn computer heen drentel en allerlei excuses verzin om niet te beginnen. Maar ik zorg er altijd voor dat ik een kan versgezette koffie klaar heb en dat er een vol kopje naast me staat als ik begin. En dan ga ik vaak in de woonkamer voor de tv zitten, of in de keuken met muziek in mijn koptelefoon. Het mag niet stil zijn om me heen. Ik leg ook een deken voor de computer op de tafel om het contact tussen mijn polsen en de ondergrond zachter te maken. Als ik met een boek bezig ben, krijg ik vaak steeds meer last van mijn polsen en tegen het eind overweeg ik de oplossing van Liza Marklund: ze te spalken tijdens het schrijven. Maar dat werkt bij mij niet echt heb ik gemerkt, dus ik verman me en ga verder en hoop dat mijn polsen het volhouden tot de laatste regel is geschreven.
     Tijdens het schrijven kan ik mooie nagels ook wel vergeten. Ik, die zo ijdel ben op dat punt, moet dat tijdens een schrijfperiode gewoon loslaten. Als je de hele dag op de toetsen rammelt, drogen je nagels uit en dan barsten en breken ze en gaan er steeds slechter uitzien. (Natuurlijk, je kunt ze oliën en zo, maar ja, wie heeft daar ’s avonds nou puf voor?)
     Meer dingen rond het schrijven kan ik niet echt verzinnen. Ik heb niet zoveel ‘speciale dingen’. Ik schrijf gewoon.
     Misschien zou ik hetzelfde moeten doen als Dan Brown. Ondersteboven in gravityboots gaan hangen. En elk uur sit-ups doen…


© 2010, Ambo|Anthos Uitgevers ::: Webdesign: XntriQ.nl