Homepage
Camilla Lackberg
Q&A
Boeken
Nieuws
Fjallbacka
  • BOEK
  • FRAGMENT
SNEEUWSTORM EN AMANDELGEUR
Het is een week voor kerst. Politieman Martin Molin reist met zijn nieuwe vriendin naar een eiland voor de Zweedse kust voor een weekend met haar familie. Als ze net zijn aangekomen steekt er een sneeuwstorm op waardoor het eiland volledig afgesneden raakt van de buitenwereld.
Molin maakt kennis met zijn kleurrijke schoonfamilie. Aan het hoofd staat de steenrijke grootvader Ruben. Hij bouwde gedurende zijn loopbaan een groot zakenimperium op. Nu leiden twee van zijn zoons de firma. Ze presteren onder de maat, laat Ruben hun tijdens het diner op de eerste avond weten. Ook andere familieleden moeten het ontgelden. Grootvader is het zat dat iedereen op zijn zak teert. Daarom heeft hij onlangs zijn testament aangepast: na zijn dood zal er niets naar de kinderen gaan.
Het is schokkend nieuws voor de familie.
Gebonden, 160 Blz. | ISBN: 9789041416063 | € 05.00 | BESTEL

SNEEUWSTORM EN AMANDELGEUR
Er hing sneeuw in de lucht. Over een kleine week was het Kerstmis en december had al flinke pakken sneeuw en heel lage temperaturen met zich meegebracht.
Er lag al wekenlang een dikke laag ijs, maar omdat het de afgelopen dagen had gedooid, was het broos en onbetrouwbaar geworden.
Martin Molin stond op de voorplecht, terwijl de boot voortploegde in de geul die de reddingskruiser tot aan het eiland Valö in het ijs had gemaakt.
Hij vroeg zich af wat hij hier eigenlijk deed en of hij echt de juiste beslissing had genomen. Maar Lisette had zo aangedrongen. Als hij heel eerlijk was, had ze hem er zelfs om gesmeekt. Familiebijeenkomsten waren niet haar sterkste kant had ze gezegd, en het zou allemaal veel makkelijker zijn als hij ook kwam. Het probleem was dat een ontmoeting met de familie deed vermoeden dat hun relatie serieus was, en zo zag hij die niet. Maar gedane zaken nemen geen keer en beloofd is beloofd. Nu stond hij hier, op weg naar de oude vakantiekolonie op Valö, om twee dagen bij haar familie door te brengen.
Hij draaide zich om. Fjällbacka was ontegenzeggelijk mooi, vooral in de winter, wanneer de kleine houten huizen in een witte deken waren gehuld. De manier waarop het dorpje door de grijze berg werd ingesloten, gaf het bovendien een unieke, esthetisch aantrekkelijke dramatiek. Misschien zou ik van Tanumshede naar Fjällbacka moeten verhuizen, dacht hij heel even, maar toen lachte hij in zichzelf. Dan moest hij eerst de lotto winnen.
‘Gooi je me zo de lijn toe?’ De man op de steiger riep naar hem en Martin ontwaakte uit zijn overpeinzingen. Hij bukte en pakte het touw dat op de voorplecht lag. Toen ze er bijna waren, wierp hij het touw over de reling. De man ving het elegant op en meerde de boot af.
‘Jij bent de laatste. De anderen zijn er al.’ Martin stapte voorzichtig de gladde steiger op en schudde de uitgestoken hand.
‘Ik moest nog wat afmaken op het bureau voordat ik weg kon.’
‘Ja, ik hoorde al dat de sterke arm dit weekend zou komen. Dat geeft een veilig gevoel.’ De man lachte en stelde zich toen voor als Börje, eigenaar van het pension. ‘Ik run de zaak samen met mijn vrouw. Ik ben dus timmerman, kok, butler en manusje- van-alles. Alles ineen.’ Opnieuw een luidruchtige lach.
Martin pakte zijn bagage en liep achter Börje aan naar de lichten die tussen de bomen te zien waren.
‘Ik heb gehoord dat jullie wonderen hebben verricht met de oude vakantiekolonie,’ zei hij.
‘Het is een hele klus geweest,’ zei Börje trots. ‘En het heeft een hoop geld gekost. Dat moet ik toegeven.
Maar nu hebben we het allemaal piekfijn in orde. We zijn de hele zomer tot halverwege de herfst volgeboekt geweest, mijn vrouw en ik. En het kerstarrangement is ook een onverwacht succes gebleken.’
‘De mensen willen de kerstdrukte kennelijk graag even ontvluchten,’ zei Martin en hij probeerde niet al te erg te hijgen toen ze de heuvel naar het huis opliepen. Het was een beetje gênant. Zijn conditie zou toch echt beter moeten zijn, zowel gezien zijn leeftijd als gezien zijn beroep.
Hij keek op van het pad en werd helemaal gegrepen door wat hij zag. Ze hadden inderdaad wonderen verricht met het oude huis. Net als de meeste mensen die in deze streek waren opgegroeid, was Martin op kamp en met schoolreisjes op Valö geweest, en hij herinnerde zich een mooi, maar nogal vervallen groen huis, dat midden op een enorm grasveld stond. Nu was het groen vervangen door wit en het huis glansde als een juweel. Het was geschilderd en opgeknapt, en uit de ramen stroomde een warm licht, waardoor de hele gevel straalde. Voor het trapje brandden toortsen en door een van de ramen op de begane grond zag hij een grote kerstboom. Het was zo prachtig dat hij even moest stoppen, alleen om te kijken.
‘Mooi, hè?’ zei Börje, die ook stopte.
‘Ongelooflijk,’ zei Martin en hij meende wat hij zei.
Ze stapten door de voordeur naar binnen en stampten de sneeuw van hun schoenen.
‘De laatste man is gearriveerd!’ Börjes stem bulderde door de hal en Martin hoorde iemand met snelle passen naderbij komen.
‘Martin! Wat fijn dat je er bent!’ Lisette vloog hem om de hals en hij kreeg opnieuw het gevoel dat hij hier waarschijnlijk beter niet had kunnen zijn. Lisette was best aantrekkelijk en aardig, maar hij had het idee dat zij hun relatie serieuzer nam dan hij. Het was echter te laat om van gedachten te veranderen.
Nu moest hij eerst het weekend zien te overleven.
‘Kom!’ Lisette pakte zijn hand en trok hem min of meer mee naar de grote kamer links. In Martins jeugdherinneringen was dat de slaapzaal, die vol stapelbedden had gestaan. Nu was de ruimte met vaardige hand veranderd in een woonkamer annex bibliotheek. Midden in de kamer troonde een gigantische kerstboom, die volgens alle regels der kunst was opgetuigd.
‘Hier is hij!’ maakte Lisette triomfantelijk bekend.
Haar familieleden staarden Martin aan. Hij weerstond de neiging om zijn boord losser te trekken en zwaaide in plaats daarvan nogal onhandig naar het gezelschap. Lisette gaf hem een por in zijn zij en hij besefte dat er waarschijnlijk wat meer van hem werd verwacht. Systematisch begon hij de kamer van links naar rechts af te werken. Lisette liep met hem mee en vertelde duidelijk naar wie hij zijn hand uitstak.
‘Dit is mijn vader, Harald.’ Een grote man met een weelderige bos haar en een even weelderigesnor stond op en schudde hem als een bezetene de hand.
‘En dit is mijn moeder, Britten.’
‘Eigenlijk heet ik Britt-Marie, maar sinds mijn vijfde noemt iedereen me Britten.’ Lisettes moeder stond ook op en het trof Martin hoezeer moeder en dochter op elkaar leken. Hetzelfde mooie figuur, dezelfde hazelnootbruine ogen en hetzelfde don-kere haar, hoewel dat van Britten her en der wat grijs vertoonde.
‘Wat leuk om je eindelijk te ontmoeten,’ zei Lisettes moeder toen ze weer ging zitten.
Martin mompelde iets vergelijkbaars ten antwoord en hoopte maar dat zijn leugentje om bestwil niet al te erg opviel.
‘En hier hebben we oom Gustav,’ zei Lisette. Het was duidelijk dat de kleinere en magerder versie van haar vader niet tot haar favoriete familieleden behoorde.
‘Aangenaam, aangenaam,’ zei Gustav Liljecrona afgemeten en hij boog zelfs lichtjes. Martin vroeg zich af of hij ook een buiging moest maken, maar besloot het bij een knikje te houden. Gustavs vrouw, die als volgende aan de beurt was, leek naar Lisettes stem te oordelen ook geen warme gevoelens bij haar op te wekken.
‘Mijn tante, Vivi.’
Martin kreeg een droge, rimpelige hand in de zijne. Een hand die schril contrasteerde met het gezicht dat volstrekt geen rimpels vertoonde, waar - door de huid even strak leek als het vel van een trommel. Hij was ervan overtuigd dat hij sporen van diverse chirurgische ingrepen zou zien als hij achter haar oren keek, en hij kon zich er maar met moeite van weerhouden dat ook daadwerkelijk te doen.
Kennelijk bestond er meer affectie tussen Lisette en de man die naast tante Vivi zat, want ‘mijn neef, Bernard’ werd met zowel warmte als vreugde uitgesproken. Zelf voelde Martin een instinctieve afkeer van de elegant geklede man van een jaar of dertig. Zijn haar was glad achterover gekamd in het kapsel dat het om de een of andere ondoorgrondelijke reden in financiële kringen heel goed deed.
‘Zo, dus dit is Lisettes politieagent..’ zei hij met een lijzig Stockholms accent, en hoewel die bewering volstrekt correct en uiterst onschuldig was, vermoedde Martin dat er iets anders achter de nonchalante toonval schuilging. Iets denigrerends, waar hij niet precies de vinger op kon leggen.
‘Ja, dat klopt,’ antwoordde hij kortaf en toen verplaatste hij zijn blik naar de jonge vrouw naast neef Bernard.
‘Bernards zus, Miranda,’ souffleerde Lisette en Martin deinsde even terug toen hij de uitgestoken hand aannam. Nicht Miranda was adembenemend mooi. Ongeveer vijfentwintig jaar, met hetzelfde pikzwarte haar als haar broer, maar dan langer, en met enorm blauwe ogen, die nu op hem waren gericht.
Martin merkte dat hij even van zijn stuk werd gebracht. Een licht kuchje van Lisette maakte hem duidelijk dat hij Miranda’s hand waarschijnlijk iets te lang had vastgehouden, en hij liet die los alsof hij zich had gebrand.
‘Mijn broer, Mattias. Maar we noemen hem allemaal Matte,’ zei Lisette met een ijzige stem en Martin keek haastig naar Lisettes oudere broer. Mattias had een open, leuk gezicht en hij schudde Martin enthousiast de hand.
‘Ik heb zoveel over je gehoord! Lisette heeft het sinds de zomer over niets anders gehad. Ik vind het echt heel leuk om je eindelijk te ontmoeten!’
Er volgde een dramatische stilte en toen zei Lisette: ‘En last but not least – opa Ruben!’
Martin stond nu voor een oude man in een rolstoel. Ruben had zijn trekken aan zijn zoons doorgegeven, maar zelf was hij gekrompen tot de grootte van een kind. Hij zat in zijn rolstoel met een geruite deken over zijn benen. Zijn handdruk was echter verrassend krachtig en hij keek helder uit zijn ogen.
‘Zooo, dus dit is de jonge man,’ zei hij met een geamuseerde gezichtsuitdrukking, en Martin voelde zich net een schooljongen die bij de rector moet komen.
De oude man had iets heel indrukwekkends over zich, en Martin kende zijn geschiedenis natuurlijk.
Dat hij armer dan een kerkrat was geboren en daarna uit het niets een imperium had opgebouwd dat tegenwoordig wereldwijd een omzet van vele miljarden haalde. Ja, dat sprookje kenden de meeste Zweden wel.
‘Het eten is opgediend!’ Ze hoorden een vrouwenstem vanuit de deuropening en iedereen keek die kant op. Een vrouw met een ouderwets wit schort wees naar de eetzaal. Martin nam aan dat het Börjes vrouw was.
‘Een hapje eten zal er wel ingaan,’ zei Harald Liljecrona en hij begaf zich als eerste in de richting van de gedekte tafel. De anderen volgden in gesloten formatie, maar eerst werd Martin onthaald op een scène waarin verschillende familieleden zich naar Rubens rolstoel haastten, bijna vechtend om de eerste te zijn. Lisette, die het dichtst bij hem stond, kwam als overwinnaar uit de strijd, en ze wierp een triomfantelijke blik naar tante Vivi.
Klaarblijkelijk gebeurden hier dingen waarin Martin niet was ingewijd. Inwendig zuchtte hij nog een keer. Het zou een heel, heel lang weekend worden.

Lisette voelde de blikken van de anderen in haar rug toen ze opa Ruben naar de eetzaal duwde. De triomf deed haar wangen gloeien en ze hoopte dat dit succes een indicatie was voor wie de grote slag zou winnen. De slag om opa’s geld. Soms duizelde het haar als ze aan al het geld dacht dat op een dag van haar kon zijn. Het ging niet om miljoenen, maar om miljarden. Ze moest alleen de oude man te vriend zien te houden en hopen dat de anderen zich een voor een blameerden. Wat helemaal niet ondenkbaar was. Ze wist zeker dat zowel haar vader als haar oom bezig was zijn schepen achter zich te verbranden; zij zouden haar niet in de weg staan. Bernard en Miranda trouwens ook niet. Nee, haar grootste concurrent in de strijd om de erfenis was Matte. Op dit moment moest ze toegeven dat hij meer bij opa in de gunst stond dan zij. Maar ze was er zeker van dat dat tijdelijk was. Als ze haar tijd maar afwachtte, zou Matte vast en zeker ook een zwakte tonen die zij kon benutten.
‘Ach, sorry!’ Ze raakte per ongeluk Martins scheenbeen met de rolstoel en stopte om hem voor te laten gaan. Even vroeg ze zich af of het wel zo verstandig was geweest om hem uit te nodigen. Maar ze had opa zo graag willen laten zien dat ze volwassen en verstandig was geworden; en een vaste vriend, die bovendien politieagent was, paste goed in dat plaatje. Maar ze wou dat hij niet zo had staan klungelen toen hij zich voorstelde. Eén blik op Bernard was voldoende geweest om te zien wat hij van Martin vond, en ze vroeg zich af of de anderen hetzelfde dachten. Martin was best leuk, en lief, al was het duidelijk dat hij niet bijster wereldwijs was. Maar nu moest ze de consequenties van haar daden aanvaarden en dit weekend zien door te komen. Ze duwde opa de eetzaal in.
Gebonden, 160 Blz. | ISBN: 9789041416063 | € 05.00 | BESTEL BIJ BOL.COM

© 2010, Ambo|Anthos Uitgevers ::: Webdesign: XntriQ.nl