Homepage
Camilla Lackberg
Q&A
Boeken
Nieuws
Fjallbacka
  • BOEK
  • FRAGMENT
OORLOGSKIND
Oorlogskind is de vijfde thriller over politieagent Patrik Hedström en Erica Falck. Dit keer draait het verhaal om Erica’s moeder: waarom heeft zij al die jaren een oude nazi-medaille bewaard?Met die vraag blijft Erica worstelen. Uiteindelijk besluit ze de gepensioneerde geschiedenisleraar Erik Frankel te bezoeken, een expert op het gebied van onderscheidingen. Maar Frankel gedraagt zich vreemd en geeft ontwijkende antwoorden.

Twee maanden later is hij dood, vermoord. Erica is geschokt. Als Erica de dagboeken van haar moeder leest, wordt onthuld waarom haar moeder nooit een band met haar dochters kon opbouwen en waarom ze veranderde van een lieve, zachtaardige vrouw in de kille, afstandelijke moeder die ze was.

Oorlogskind is geschreven vanuit verschillende perspectieven en Läckbergs schrijverschap klinkt door in de vaardigheid waarmee zij de afzonderlijke invalshoeken hanteert en nuances in het verhaal aanbrengt. Hoofdstukken die zich in de Tweede Wereldoorlog afspelen worden afgewisseld met passages in het heden en op overtuigende en meeslepende wijze wordt getoond hoe het verleden het heden inhaalt.

‘Camilla Läckberg hoort tot het beste wat de Zweedse misdaad-literatuur te bieden heeft. Voor een land dat uitblinkt in het thrillergenre is dat een prestatie van formaat. Oorlogskind is een zorgvuldig opgebouwde thriller van de beste soort. Met vaart geschreven en een verrassende plot.' – Boek magazine
Paperback, 464 Blz. | ISBN: 9789041413857 | € 19.95 | BESTEL

OORLOGSKIND
In de stilte van de kamer was alleen het geluid van de vliegen te horen. Het gezoem als hun vleugels bezeten fladderden. De man in de stoel bewoog niet. Dat had hij al een hele tijd niet meer gedaan. Het was overigens geen man meer. Niet als je een man definieerde als iemand die leefde, ademde en voelde. Nu was hij gereduceerd tot voedsel. Een herberg voor insecten en larven.
De vliegen raasden in groten getale om de roerloze gestalte heen. Soms streken ze neer. Hun kaken maalden. Dan vlogen ze weer op. Zoemden rond. Zochten een nieuw plekje. Ze probeerden het nu eens hier, dan weer daar. Botsten tegen elkaar aan. Vooral het gebied rond de wond op het hoofd van de man was buitengewoon interessant. De metaalachtige geur van bloed had al lang geleden plaatsgemaakt voor een andere, muffere, zoetere lucht.
Het bloed was gestold. Aanvankelijk was het naar beneden gelopen. Langs het achterhoofd. Langs de rugleuning. Naar de grond, waar het in een plas tot stilstand was gekomen. Eerst was het rood geweest, vol levende bloedlichaampjes. Nu was het zwart van kleur. De stroperige vloeistof die door de aderen van een mens stroomt, viel er niet meer in te herkennen. Het was alleen nog maar een plakkerige, zwarte massa.
Een paar vliegen probeerden naar buiten te komen. Ze waren verzadigd. Voldaan. Hun eitjes waren gelegd. Hun kaken hadden hard gewerkt en hun inwendige was gevuld, hun honger gestild. Nu wilden ze weg. Ze sloegen met hun vleugels tegen het raam. Probeerden tevergeefs langs de onzichtbare barrière te komen. Als ze het glas raakten, weerklonk een zacht getik. Vroeg of laat gaven ze het op. Kregen weer honger. Vlogen terug naar wat ooit een man was geweest. Naar wat nu alleen nog maar vlees was.

Het had Erica de hele zomer beziggehouden. Ze had de voor- en nadelen tegen elkaar afgewogen, was naar boven gegaan en vervolgens niet verder gekomen dan de zoldertrap. Ze zou kunnen zeggen dat ze de afgelopen maanden veel te veel aan haar hoofd had gehad. De nasleep van de bruiloft, de chaos in huis toen Anna en de kinderen nog bij hen woonden. Maar dat was niet de hele waarheid. Ze was gewoon bang. Bang voor wat ze zou tegenkomen. Bang dat er dingen aan het licht zouden komen die ze liever niet wilde weten.
Erica wist dat Patrik een paar keer op het punt had gestaan haar ernaar te vragen. Ze kon aan hem zien dat hij zich afvroeg waarom ze de dagboeken die ze op de zolder hadden gevonden niet had willen lezen. Maar hij had zijn mond gehouden. Ze zou ook geen antwoorden hebben gehad. Wat haar het meest beangstigde, was dat ze haar beeld van de werkelijkheid misschien zou moeten aanpassen. Het beeld dat ze van haar moeder had, van wie zij was geweest en hoe ze haar dochters had behandeld, was niet erg positief. Maar het was wel haar beeld. Ze kende het. Het was in alle jaren overeind gebleven, als een onwrikbare waarheid die ze wist te hanteren. Misschien zou dat beeld worden bevestigd. Misschien zou het zelfs worden versterkt. Maar wat als het omvergeworpen werd? Wat als ze een totaal nieuwe werkelijkheid kreeg voorgeschoteld? Pas nu had ze de moed de stap te zetten.
Erica plaatste haar voet op de onderste tree. Beneden in de woonkamer hoorde ze Maja’s vrolijke gelach toen Patrik met haar stoeide. Het geluid stelde haar gerust en ze zette haar andere voet op de volgende tree. Vijf passen later was ze boven.
Toen ze het luik openduwde en de zolder op stapte, dwarrelde er allemaal stof rond. Patrik en zij hadden het erover gehad de ruimte op een gegeven moment in te richten en er misschien een kamer voor Maja van te maken als ze wat ouder was en meer op zichzelf wilde zijn. Maar tot nu toe was de zolder nog onafgewerkt. De vloer bestond uit brede houten planken en de balken van het schuine dak waren zichtbaar. De helft van de zolder werd in beslag genomen door allerlei rommel. Kerstspullen, kleren die Maja te klein waren geworden, dozen met dingen die te lelijk waren om ze neer te zetten, maar te mooi of een te dierbare herinnering om ze weg te gooien.
De kist stond helemaal achteraan bij de korte muur. Het was een oud model van hout en metaal. Erica meende dat het een Amerikakoffer werd genoemd. Ze liep erheen en ging op de vloer zitten. Veegde met een hand over de kist. Haalde diep adem, pakte het slot en tilde het deksel op. Een muffe lucht kwam haar tegemoet en ze trok haar neus op. Ze vroeg zich af waardoor die pregnante, verzadigde oude geur werd veroorzaakt. Waarschijnlijk door schimmel, dacht ze, en ze had meteen het gevoel dat haar hoofd begon te jeuken.
Ze herinnerde zich nog goed hoe het was toen Patrik en zij de kist hadden gevonden en de inhoud hadden bekeken. Langzaam had ze alles er stuk voor stuk uit gehaald. Tekeningen die Anna en zij hadden gemaakt. Kleine frutsels die ze tijdens de handenarbeidles hadden geknutseld. Bewaard door Elsy, de moeder die nooit belangstelling had getoond wanneer ze als kind enthousiast waren thuisgekomen en haar de dingen hadden gegeven die ze met zoveel moeite hadden gemaakt. Erica deed nu hetzelfde. Ze haalde de voorwerpen er een voor een uit en zette ze naast zich op de vloer. Wat ze eigenlijk zocht, lag helemaal onderin. Voorzichtig pakte ze de stof die ze nu met haar vingers kon voelen. Het babyhemdje was ooit wit geweest, maar nu ze het tegen het licht hield, zag ze dat het geel van ouderdom was. Ze kon haar ogen niet van de bruine vlekken afhouden. Aanvankelijk had ze gedacht dat het roest was, maar vervolgens had ze beseft dat het opgedroogd bloed moest zijn. Het contrast tussen het hemdje en de bloedvlekken had iets hartverscheurends. Hoe was het hemdje hier beland? Van wie was het? En waarom had haar moeder het bewaard?
Zorgvuldig legde Erica het hemdje naast zich neer. Toen Patrik en zij het hadden gevonden, was het ergens omheen gewikkeld, maar dat voorwerp lag niet meer in de kist. Het was het enige dat ze eruit hadden gehaald. In het babyhemdje vol vlekken had een nazimedaille gelegen. De gevoelens die waren bovengekomen toen ze die voor het eerst zag, hadden haar verbaasd. Haar hart had sneller geklopt, haar mond was droog geworden en beelden van alle journaals en documentaires die ze over de Tweede Wereldoorlog had gezien waren op haar netvlies voorbijgeflitst. Wat deed een nazimedaille hier in Fjällbacka? In haar huis? Tussen de spullen van haar moeder? Het had absurd gevoeld. Ze had de medaille terug willen leggen en het deksel op de kist willen doen. Maar Patrik had erop gestaan dat ze de medaille naar een kenner brachten om te kijken of ze er meer over te weten konden komen. Schoorvoetend had ze ingestemd. Het was alsof ze vanbinnen stemmen hoorde fluisteren, onheilspellend, waarschuwend. Iets zei haar dat ze de medaille moest verstoppen en vergeten. Maar haar nieuwsgierigheid was sterker dan de stemmen. Begin juni had ze de medaille naar een expert op het gebied van de Tweede Wereldoorlog gebracht en met een beetje geluk zou ze binnenkort meer over de oorsprong ervan te weten komen.
Het meest interessante had echter op de bodem van de kist gelegen. Vier blauwe schriften. Ze had haar moeders handschrift op de kaft herkend. De sierlijke, naar rechts hellende letters, maar in een jongere, rondere versie. Nu pakte Erica ze uit de kist, streek met haar wijsvinger over de kaft van het bovenste schrift. Op allemaal stond dagboek geschreven. Het woord riep gemengde gevoelens bij haar op. Nieuwsgierigheid, opwinding, enthousiasme. Maar ook angst, aarzeling en het sterke gevoel dat ze iemands privéleven binnendrong. Had ze het recht de dagboeken van haar moeder te lezen?Had ze het recht om de diepste gedachten en gevoelens van haar moeder te weten? Dagboeken waren in principe niet voor andermans ogen bedoeld. Haar moeder had ze niet bijgehouden om de inhoud met iemand anders te delen. Misschien wilde ze absoluut niet dat haar dochter ze las. Maar Elsy was dood en Erica kon het haar niet vragen. Ze moest zelf tot een besluit komen en bepalen wat ze met de schriften zou doen.
‘Erica?’ Patriks stem onderbrak haar gedachten en ze riep terug:
‘Ja-a?’
‘Het bezoek is er!’
Erica keek op haar horloge. Oeps, het was al drie uur! Maja werd vandaag één en er zouden vrienden en familieleden langskomen. Patrik moest gedacht hebben dat ze op zolder in slaap was gevallen.
‘Ik kom!’ Ze veegde het stof van zich af, nam na enige aarzeling de dagboeken en het babyhemdje mee en klom de steile zoldertrap af. Beneden hoorde ze het geroezemoes van stemmen.
Paperback, 464 Blz. | ISBN: 9789041413857 | € 19.95 | BESTEL BIJ BOL.COM

© 2010, Ambo|Anthos Uitgevers ::: Webdesign: XntriQ.nl